Waarom dit het gevoeligste signaal is
Bij vrijwel elke aandoening die een hond zich beroerd laat voelen, verandert er iets aan eten. Dat maakt eetlust een breed maar vroeg signaal: het zegt zelden wát er is, maar wel dát er iets is.
Daarom is het nuttig om te weten wat normaal is voor úw hond. Een hond die altijd binnen dertig seconden zijn bak leeg heeft en er nu twee minuten over doet, vertelt u iets. Bij een hond die altijd al kieskeurig eet, zegt dezelfde waarneming niets.
Een dag niet eten, of meer
Eén maaltijd overslaan komt voor, zeker bij warm weer, na een drukke dag of bij een loopse teef in de buurt. Vierentwintig uur niets eten bij een verder vrolijke hond die wel drinkt, is meestal geen spoed maar wel het moment om op te letten.
Bellen doet u eerder wanneer er iets bij komt: sloomheid, braken, een bolle buik, snel ademen, of niet willen drinken. En bij pups, oude honden en honden met een chronische aandoening geldt een kortere termijn — hun reserves zijn kleiner.
Een hond die wel wil eten maar het niet lukt, is een apart signaal. Happen en weer laten vallen, met de kop scheef kauwen of alleen aan één kant, wijst vaker op iets in de bek dan op misselijkheid: een kies, een wondje, een splinter tussen tanden of tandvlees.
Gewicht meten in plaats van inschatten
Gewichtsverlies gaat sluipend en u ziet het niet aan een dier dat u dagelijks aait. Weeg daarom een paar keer per jaar. Bij kleine honden op een keukenweegschaal met een mand; bij grote honden weegt u uzelf met en zonder hond en trekt u af.
Meer dan tien procent afvallen zonder dat u minder bent gaan voeren, is altijd een reden voor onderzoek. Andersom geldt hetzelfde: onverklaarbaar aankomen kan wijzen op iets hormonaals of op vocht.
Voel daarnaast eens per maand aan de ribben. Bij een gezond gewicht voelt u ze onder een dun laagje, zoals de rug van uw hand. Moet u drukken om ze te vinden, dan is er overgewicht; steken ze uit, dan is de hond te mager.
Drinken hoort erbij
Let ook op de waterbak, want die verandert vaak eerder dan het gedrag. Als vuistregel drinkt een hond ongeveer vijftig milliliter per kilo lichaamsgewicht per dag; een hond van twintig kilo dus rond de liter, meer bij warmte, inspanning of droogvoer.
Structureel veel meer drinken en plassen — vooral als de hond 's nachts naar buiten moet terwijl dat nooit nodig was — is een klacht die u meldt, ook als hij verder vrolijk is. Het hoort bij een aantal aandoeningen die goed te behandelen zijn wanneer ze vroeg worden gevonden.
Meet het een paar dagen met een maatbeker in plaats van te schatten. Dat maakt van 'hij drinkt volgens mij veel' een getal waar de dierenarts iets mee kan.

