De natte neus is een fabel
Een droge, warme neus zegt niets over ziekte. Neuzen zijn droog na het slapen, bij warm weer en bij oudere honden, en nat na het drinken. Wie op de neus afgaat, mist koorts en schrikt van gezonde honden.
De enige betrouwbare manier is meten, en dat gaat bij een hond rectaal. Oorthermometers voor honden bestaan, maar zijn gevoelig voor de manier waarop u ze plaatst; de gewone digitale is nauwkeuriger. Basiskennis over verzorging en gezondheid van de hond staat overzichtelijk bij het LICG.
Hoe u meet
Gebruik een digitale thermometer, liefst met een flexibele punt, en houd hem apart voor de hond. Doe er wat vaseline of glijmiddel op.
Laat iemand de hond rustig houden of zet hem met de zijkant tegen uw benen. Til de staart voorzichtig op en breng de punt twee tot drie centimeter in, iets schuin tegen de darmwand aan in plaats van recht in het midden — dan meet u weefsel en geen ontlasting. Wacht op het piepje.
Beloon meteen. Een hond die er geen nare ervaring aan overhoudt, laat het de volgende keer gewoon toe. Doe het daarom een keer als hij gezond is, zodat u weet wat zijn normale waarde is en hij weet wat er gebeurt.
Wat de waarden betekenen
Normaal ligt tussen 38,0 en 39,0 graden; pups zitten iets hoger. Kortstondig hoger na inspanning of op een hete dag komt voor.
Vanaf 39,5 spreken we van koorts. Meld dat, zeker als de hond ook slap is, niet eet of andere klachten heeft.
Boven de 40,5 belt u meteen. Dat geldt ook bij een oplopende temperatuur op een warme dag zonder dat de hond zich kan afkoelen — bij hitte gaat het snel en dan is koelen onderweg belangrijk.
Onder de 37,5 is óók een reden om te bellen. Onderkoeling komt voor bij zeer jonge, zieke of oude dieren en bij shock, en wordt vaak over het hoofd gezien omdat iedereen op koorts let.
Warmte en oververhitting
In de zomer is temperatuur geen controle achteraf maar iets om vóór te zijn. Een hond koelt vooral af door te hijgen, en dat werkt slecht bij hoge luchtvochtigheid. Kortsnuitige rassen, oudere honden, honden met overgewicht en dieren met hart- of luchtwegklachten lopen extra risico.
Signalen van oververhitting: heftig hijgen dat niet minder wordt in de schaduw, een felrode of juist bleke tong, wankel lopen, braken en sloomheid. Meet dan direct: boven de 40,5 belt u meteen.
Koelen doet u met lauw tot koel water over poten, buik en oksels, en met een ventilator of luchtstroom. Gebruik geen ijswater en dompel de hond niet onder — dat vernauwt de bloedvaten in de huid en houdt de warmte juist binnen. Rijd tijdens het koelen naar de praktijk in plaats van eerst thuis af te wachten.
Wat u eromheen noteert
Een enkele meting zegt minder dan een reeks. Meet twee keer per dag op vaste momenten als er koorts is en schrijf het op met de tijd erbij; dat verloop helpt bij de beoordeling.
Noteer er kort bij hoe de hond zich gedraagt, of hij eet en drinkt, en of hij medicijnen krijgt. Sommige middelen onderdrukken koorts, waardoor een normale meting minder geruststellend is dan hij lijkt.


